Sylvie Overheul doet moeilijk deel 2

In deel 1 (april’20) was te lezen dat ‘het moeilijk doen’ van kunstenaar Sylvie Overheul voortkomt uit het feit dat zij een duidelijk beeld heeft hoe haar schilderij eruit moet komen te zien en welke sfeer het precies moet hebben. De uitdrukking van het model en het paard, moeten op de beoogde manier communiceren met de toeschouwer zonder enige concessie te doen.

Uit het hoofd

In de praktijk betekent dit dat er elementen uit het hoofd geschilderd moet worden voor Sylvie. En dát is moeilijk als je een (magisch-) realistisch schilder bent. Toch heeft dit ‘moeilijk doen’ wel degelijk essentiële voordelen. Naast het hoog houden van de authenticiteit is het ontzettend leerzaam omdat je zo veel meer de verdieping ingaat dan het louter van de waarneming of een foto werken. Hoe vermenselijk je bijv. het paardenoog zo dat het toch een paardenoog blijft? Hoe ver kan een mens van opzij kijken? Hoe valt het licht en hoe lopen de spieren? Voor deze vragen moet je onderzoek doen en veel anatomie/modeltekenen. De worsteling tijdens het schilderen brengt je uiteindelijk niet een stapje, maar een hele sprong verder in je ontwikkeling. Sylvie wil iedereen die het kunstenaarschap van het portretschilderen ambieert dan ook meegeven om veel te schetsen en daarbij niet met het resultaat bezig te zijn maar puur met de studie. Met een klein schetsboekje op zak, kan het overal. Ook is van tv (bijv. Praatprogramma’s) portretschetsen een goede tip.

schetsen

Voor het schilderij zelf maakt Sylvie ook veel schetsjes (al dan niet naar de waarneming) en foto’s alvorens te gaan schilderen. Voor de opzet op het doek gebruikt ze meestal houtskool omdat het makkelijk uit te vegen is, mits het niet te gedetailleerd is. Voor de meer gedetailleerde opzet is een 2B potlood geschikt.

verf

Doorgaans werkt Sylvie met acrylverf van meerdere merken omdat de ervaring leert dat sommige kleuren net weer wat beter zijn van dat andere merk. Voor de onderschildering is phtalogroen favoriet bij haar. Gemengd met wit geeft dit een helder turquoise. Hoewel zij veel gebruik maakt van de klassieke kleurkeuzes is phtalogroen wel een afwijkende hierin. et is voortgekomen, als een soort gouden middenweg tussen het blauw van de bleke huid en het groen van een meer gebruinde huid en al gaandeweg kreeg de omgeving ook steeds meer dit turquoise als basis. Net zoals Sylvie’s schilderspalet stap voor stap steeds meer kleuren kreeg voor de fase na de onderschildering.

Mengen

De vele kleuren worden overigens nooit puur gebruikt maar altijd gemengd met water en een beetje ‘flow improver’. Dat laatste is beter voor de kwaliteit van je acrylverf. Ook werkt Sylvie veel met een glaceermedium van Lascaux tussendoor. Vele transparante kleurlagen zorgen ervoor dat er meer diepte in de kleuren komt. In de zomer, als de verf te snel droogt, komt daar nog een ‘vertrager’ bij.
Tijdens het schilderproces zelf vinden er altijd nog wel kleine en/of grote veranderingen plaats; Van een kleurverandering in de achtergrond, het harnas, tot een totaal ander paard. En dan natuurlijk ook een ander hoofdstel met een zelfbedacht bit erbij… 
En ja, soms komt zo’n besluit om stukken in het schilderij een halve make-over te geven, in een latere fase…. Maar dat hoort er nu eenmaal bij als je je wilt blijven ontwikkelen en het schilderen elke keer opnieuw een uitdaging is.