In gesprek met overleden kunstenaars

Het zal je misschien verbazen, maar lange tijd werd Frans Hals bestempeld als een dronkaard die niet kon schilderen. Het is dit jaar 150 jaar geleden dat daar verandering in kwam en allemaal dankzij één man: Théophile Thoré, een Franse journalist in ballingschap in Nederland. Die herwaardering van Hals wordt dit jaar in Haarlem gevierd met de tentoonstelling Frans Hals en de Modernen. De expositie, van 13 oktober 2018 tot en met 24 februari 2019, onderzoekt wat de invloed was van Hals op kunstenaars als Edouard Manet, Max Liebermann, Mary Cassatt en John Singer Sargent.

Frans Hals, Lachende jongen (1625)

Mijnheer Hals…
'
Nou, zeg maar Frans hoor.'

… Goed dan, Frans, jouw reputatie, dat je niet meer was dan een armoedige, losbandige dronkaard, hoe zit dat nu precies? Wie heeft die geruchten de wereld in geholpen?
'
Dat is allemaal de schuld van Houbraken. Als Arnold (kunstenaarsbiograaf nvdr) nooit geschreven had dat ik losbandig was en vaak dronken, dan zou niemand dat ooit over me gezegd hebben. En Houbraken heeft me nooit ontmoet, ik lag al een halve eeuw onder de zoden toen hij dat schreef. Kun je nagaan!'

Was er dan helemaal niks van waar?
'
Het was de 17de eeuw juffrouw, de waterkwaliteit was slechter dan die van bier (knipoogt). Maar dat ik nu altijd ladderzat zat te schilderen, nee daar is niks van waar. Ik had geldproblemen en Houbraken beweerde dat die de schuld waren van mijn alcoholverslaving, maar dat is onzin. Ik had vijftien kinderen, die aten mij de oren van het hoofd!'

Frans Hals, Twee jongens met een bierkan (1626 - 1627)
Robert Henri, Lachende jongen (Jopie van Slouten) (1910)

'En op een gegeven moment viel mijn werk ook gewoon niet meer echt in de smaak…'

Maar dat was niet de enige reden dat je werk lange tijd vergeten is?
'
Kunstcritici en kunstenaars van de 18de eeuw en het begin van de 19de eeuw hadden een andere smaak. Zij hielden niet van die losse schilderstijl van mij. Zij kleurden liever binnen de lijntjes en zonder veel schwung als je het mij vraagt. En mijn onderwerpen konden ze al helemaal niet pruimen. Ze wilden verheven allegorieën, met goden en een moraal. Daarvoor moet je niet bij mij zijn.'

Bent u Théophile Thoré dankbaar?
'
Dankbaar is misschien een groot woord. Ik lig er niet meer wakker van wat mensen van me denken. Maar ja, zonder hem was er misschien wel nooit een Frans Hals Museum geweest. Thoré had een moderne geest. Hij zag in mijn penseelvoering én mijn onderwerpkeuze juist een voorbeeld voor de nieuwe generatie schilders die een nieuwe weg wilden inslaan.'

Edouard Manet, Jongen met waterkruik (ca. 1862 / 1872)
James Ensor, Regentessen van het Oudermannenhuis in Haarlem, uit de 19e Eeuw

'En dankzij Thoré werd ik plots het “ten onrechte vergeten genie”. Over twee regenstukken van mij schreef hij: ‘Ik ken geen schilderijen die met zoveel elan zijn uitgevoerd, niet in het werk van Hals zelf, noch in dat van Rembrandt, in dat van Rubens, van Greco of enige andere hartstochtelijke schilder. De levensgrote figuren, gemodelleerd in brede, zwierige toetsen, steken in reliëf buiten de lijst uit. Het is prachtig en bijna beangstigend.’ Je moet denk ik wel een Fransman zijn om zo te overdrijven, maar het flatteert me dat hij ze zo mooi vond, ik was er zelf ook erg tevreden over.'

En plots schoten de prijzen voor je werk op de kunstmarkt de hoogte in, kochten grote musea wereldwijd je werk aan en gingen jonge kunstenaars je werk bestuderen.
'
Ja, zo gaat dat in het kunstwereldje, één artikel kan je maken of kraken. Ik geloof niet dat dit al veranderd is intussen? Die kunstmarkt laat me koud, daar hebben andere mensen zich aan verrijkt. Maar dat die jonge kunstenaars echt opeens van heinde en verre naar Haarlem reisden, dat doet me wél iets. Ze konden toen nog niet snel de trein of het vliegtuig nemen, het was echt een hele onderneming om tot hier te komen.'

James Ensor, Regentessen van het Oudemannenhuis in Haarlem, uit de 19e Eeuw
Frans Hals, Regentessen van het Oudemannenhuis (1664)

'Edouard Manet, Mary Cassatt, Max Liebermann, zij lieten zich niet afschrikken door de afstand en het reizen met de stoomboot of de stoomtrein. Zelfs Amerikanen reisden tot hier om mijn werk te zien. Kun je je voorstellen hoe lang die onderweg zijn geweest?'

Wat sprak kunstenaars als Van Gogh, Manet, Whistler en anderen aan in jouw werk denk je?
'
Twee dingen, zoals Thoré ook schreef: mijn onderwerpen en de penseelstreek. Ik schilderde scènes en personen uit het dagelijkse leven, net als die eerste moderne schilders ook plotseling gingen doen. Geen mythologische scènes, geen allegorieën en geen Bijbelse verhalen. Ik heb ook altijd heel vluchtig, ruw zelfs, geschilderd. In een stijl die je dan inderdaad wel impressionistisch kunt noemen als je wil.'

John Singer Sargent, Twee figuren van de Regentessen van het Oudenmannenhuis in Haarlem, naar Frans Hals (1880)