in gesprek met overleden kunstenaars

In de Kunsthal van Rotterdam maak je aan de hand van negentig schilderijen, tekeningen en aquarellen kennis met Paul Delvaux (1897-1994). De kunstenaar kende een lange en vruchtbare carrière van haast een halve eeuw. We gaan in gesprek met de bescheiden kunstenaar over zijn ontwikkeling, zijn favoriete thema’s en zijn werkproces. 

Portret Paul Delvaux © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017

Het grote publiek kent u vooral van uw typische surrealistische schilderijen. Maar zo bent u uw kunstenaarsloopbaan niet begonnen. Kunt u kort schetsen hoe die evolutie verlopen is?
'Elke kunstenaar legt een lange weg af om zijn stem te vinden. In mijn beginjaren keek ik vooral op naar de Vlaamse expressionistische schilders zoals Constant Permeke, Gustave De Smedt en ook James Ensor. In het allereerste begin werkte ik zelfs in een meer post-impressionistische stijl. Pas toen ik kennismaakte met het werk van de Italiaanse kunstenaar Giorgio De Chirico en landgenoot René Magritte, begon ik aan te voelen welke richting ik echt op wou gaan.'

Ik mag dus wel stellen dat om uw eigen stem te vinden, u goed keek naar het werk van andere kunstenaars?
'Ja, daar heb ik ook nooit een geheim van gemaakt. Er wordt altijd een beetje meewarig gedaan over het kijken naar andere kunstenaars.'

Paul Delvaux - Het station, 1922-1923 olieverf op doek 142.5 x 150 cm - Privéverzameling, in depot in het Museum van Elsene, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017
Paul Delvaux - Dameskapper, 1933 olieverf op doek 189x239 cm, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017

'Als jonge kunstenaar onderga je veel transformaties voordat je je eigen stijl vindt. Maar ik wil wel benadrukken dat ik me door hen heb laten inspireren, zonder hun werk te kopiëren. Het is absoluut noodzakelijk dat je probeert te weerstaan aan de drang om het werk simpelweg te kopiëren. Je moet je eigen persoonlijkheid ontwikkelen, je eigen beeldtaal. Je neemt van de kunstenaars wat jou aanspreekt, maar laat de rest achterwege en voegt er je eigen ingrediënten aan toe. Dat is toch altijd mijn streven geweest.'

Treinen, trams en stations. Het zijn de favoriete thema’s van kleine jongens. Wat bleef u daarin fascineren?
'Al sinds mijn jongensjaren ben ik inderdaad gefascineerd door treinen, trams en stations. Het is de sfeer die voor mij tot de verbeelding sprak. Het donkere, aardse kleurenpalet, de stoom en de mistige lichteffecten die zo ontstonden, de harde arbeid van de spoormannen... Ze laten een station baden in een mysterieuze sfeer. Ik bracht in de jaren 1920 dan ook veel tijd door op het station Brussel-Luxemburg om inspiratie op te doen.' 

Paul Delvaux - De droom, 1935 olieverf op doek 151 x 176 cm - Privéverzameling, in depot in het Museum van Elsene, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017
Paul Delvaux - De courtisanes, 1944 olieverf op paneel 89,5 x 130 cm - Privéverzameling, in depot in het Museum van Elsene, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017

Een ander typisch Delvaux-motief zijn de vrouwen. En dan vooral onbereikbare, raadselachtige en naakte vrouwen. Ze zijn niet weg te denken uit uw oeuvre. Hoe verklaart u die obsessie?
'Och, daar is al zoveel over geschreven. Over mijn complexe relatie met vrouwen. Mijn dominante moeder, mijn moeizame huwelijk, het conservatieve milieu waarin ik ben opgegroeid waarin seksualiteit een groot taboe was, de rol van de onbereikbare liefde in mijn leven. Etcetera… Daar wil ik zelf eerlijk gezegd niet meer veel aan toevoegen. Maar inderdaad vrouwen zijn niet weg te denken uit mijn werk. Die fascinatie begon trouwens toen ik de vrouwenportretten van Amedeo Modigliani leerde kennen. Hij inspireerde me om ook vrouwen te gaan schilderen.'

U bent 96 geworden. Na zo’n lange carrière, haalt u dan nog altijd plezier uit het tekenen of schilderen?
'Ja die goesting is altijd gebleven. Wonderbaarlijk eigenlijk. Ik heb er nog altijd enorm veel plezier in om te tekenen. Als ik teken, dan hoor ik niets. Dan ben ik volledig van de wereld en word ik compleet geabsorbeerd door mijn werk.'

Paul Delvaux - Het terras, 1979 olieverf op doek 150 x 150 cm -  Privéverzameling, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017
Paul Delvaux - De kruisiging, 1954 olieverf op doek 200 x 270 cm - Privéverzameling, in depot in het Museum van Elsene, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017

'Maar vergis u niet, het kost me nog altijd moeite om een vorm op papier te zetten. Ik heb nog altijd zenuwen als ik aan een nieuw doek begin. Een beetje zoals agorafobie. Maar als ik eenmaal begonnen ben, dan gaat het snel.'

Een bijzonder werk op de tentoonstelling is "De brand". Kunt u daar wat meer over vertellen?
'Het doet me deugd om te zien dat deze twee doeken weer samen te zien zijn op de tentoonstelling. Ze waren lange tijd van elkaar verwijderd. Het schilderij ontstond nadat ik de tentoonstelling "Minotaure" had gezien in 1934. Dat was de eerste grote tentoonstelling met werk van de surrealisten in Brussel. Je ziet op het schilderij twee vrouwen, de ene gekleed, de andere naakt. Ze staan naast elkaar, maar ze kijken elkaar niet aan. De aangeklede vrouw kijkt naar een brandend gebouw. Wat het werk betekent? Dat laat ik aan u over. Dat is deel van het mysterie. Die naakte vrouw, dat vond ik toen achteraf een beetje te shockerend, dus ik besloot haar er van af te snijden. De tijden zijn veranderd… Nu kijkt niemand meer op van een naakt meer of minder. Ik ben blij dat de twee helften weer samen te zien zijn in Rotterdam.'

Paul Delvaux - De brand, 1935 Tweeluik, olieverf op doek, © Fondation Paul Delvaux, Sint-Idesbald/Belgium, c/o Pictoright Amsterdam 2017