In gesprek met overleden kunstenaars

Eigenzinnig, origineel, grensverleggend. Zo wordt Auguste Rodin getypeerd in de expo ‘Genius at Work’ in het Groninger Museum, de grootste Rodin tentoonstelling ooit in Nederland. We gaan met de kunstenaar in gesprek over zijn visie op de beeldhouwkunst, het belang van een kunstopleiding en fotografie.  

Auguste Rodin, gefotografeerd door Alvin Langdon Coburn, 1908.

Wanneer wist u dat u beeldhouwer wilde worden?
'Ik moet een jaar of veertien zijn geweest. Ik bracht als knaap veel tijd door in de bibliotheek van Parijs. Ik herinner me nog goed dat ik er een boek over Michelangelo tegenkwam. Het lag op een tafel in de bibliotheek. De gravures uit het boek maakten een grote indruk op mij. Daar, op dat moment is mijn roeping geboren.'

U heeft nooit een officiële kunstopleiding gevolgd? Ziet u dat als een gebrek?
'Ik ben inderdaad grotendeels autodidact. Ik heb wel in verschillende ateliers van andere beeldhouwers gewerkt. Zoals het atelier van Antoine-Louis Barye. Toen ik 17 was deed ik toelatingsexamen aan de École des Beaux-Arts in Parijs maar ik werd tot drie keer toe afgewezen. Maar weet u, dat is nu juist mijn grote geluk geweest. Die leerlingen van de academies, die leerden zo veel dat ze ook een heel leven nodig hadden om dat alles weer te vergeten. Ironisch genoeg boden ze mij later zelfs nog een baan aan bij diezelfde academie.

Auguste Rodin (1840-1917), Adam (for The Gates of Hell),1881.
Auguste Rodin, Het Bronzen Tijdperk, 1876.

Maar dat heb ik mooi geweigerd! Ik zei tegen hen: ‘Ik weiger om collega te zijn van mensen die de natuur niet met hun ogen bekijken.’ De beeldhouwkunst van de academies was zo droog, zo klassiek, zo levenloos. Dat was niet waar ik naar streefde.'

Het is de levensechtheid van uw sculpturen die mensen nog altijd zo fascineert. Juist omdat die verder gaat dan alleen het lichamelijke. U weet ook de emotionele en psychologische complexiteit van de figuren te vatten. Wat was uw geheim?   
'Ik wilde mijn sculpturen tot leven brengen. De beeldhouwkunst lijkt misschien een statische kunst, maar in mijn sculpturen blijft de beweging en het leven altijd zichtbaar. In elke zwelling van de torso of ledematen probeerde ik de uitwendig gerichte beweging op te roepen van een spier of bot diep onder de huid. Dat proces staat of valt met de keuze van het model. Ik selecteerde niet de typische, oninteressante modellen die ze in de academies gebruikte, maar ik koos zoveel mogelijk mijn eigen modellen. De man die bijvoorbeeld model stond voor het Bronzen Tijdperk. Dat was een jonge Belgische soldaat. Een man van vlees en bloed. Het is juist die levenskracht, die souplesse, die viriliteit en vitaliteit die ik in de sculptuur probeer te vatten.'

Auguste Rodin (1840-1917), Fugit Amor (for The Gates of Hell), about 1887.

Nu we het toch over het Bronzen Tijdperk hebben: de levensechtheid van dit beeld was onderwerp van heel wat discussie en kritiek. De levensechtheid liet mensen twijfelen aan uw eigen inbreng in het werk. Kunt u hier wat meer over vertellen? 
'Zogenaamde ‘connaisseurs’ verweten mij dat ik het beeld zou hebben gegoten naar levend model. Maar ik heb alles uit de kast gehaald om te bewijzen dat ik de sculptuur wel degelijk met de hand had gemaakt. Ik heb getuigenissen van ooggetuigen die mij aan het werk hebben gezien opgestuurd, foto’s van het model dat ik heb gebruikt en zelfs een afgietsel van dat model zodat de jury de verschillen zou kunnen zien. Het heeft een hele tijd geduurd eer men mijn genie erkend heeft. Uiteindelijk heeft de Franse Staat de sculptuur zelfs aangekocht.'

De tentoonstelling zet u in de kijker als een innovator. Zelf stond u behoorlijk afkerig tegen vernieuwers als de kubisten of futuristen. Wat maakt uw werk dan volgens u juist vernieuwend? En wat was de rol van de traditie voor u?
'Geforceerde originaliteit heeft geen enkele bestaansreden. Daarom moest ik inderdaad niks hebben van het kubisme of het futurisme. Maar dat betekent absoluut niet dat ik gekant was tegen elke innovatie, in tegendeel. Ik heb zeker ook geëxperimenteerd, met allerlei materialen en technische vernieuwingen.Ik was altijd op zoek naar nieuwe materialen, naar originele oplossingen…

Auguste Rodin (1840-1917), The Thinker, large version, 1903.

Ik keek ook verder dan de beeldhouwkunst en liet me inspireren door de schilderkunst, het theater en zelfs de fotografie. Maar ik ben altijd trouw gebleven aan mijn eigen discipline. Ik kende mijn klassiekers. Ik had bijvoorbeeld een grote liefde voor middeleeuwse kathedralen. Ik verzamelde ook heel wat klassieke kunst. Maar ik pretendeerde zeker geen kenner te zijn. Ik verzamelde wat ik mooi vond, en liet me leiden door mijn gevoel. Vooral brokstukken en fragmenten intrigeerden mij. Zoals een stuk hand zonder vingers.'

Parallel aan uw tentoonstelling presenteert het Groninger Museum een fotoreeks van balletdansers van de fotograaf Erwin Olaf.  De houdingen van de dansers zijn geïnspireerd op enkele van uw sculpturen. Wat vindt u van deze combinatie?
'Ik kan de paragone wel appreciëren. Dit soort artistieke wedstrijden tussen kunstenaars en disciplines is al eeuwenoud. Bij welke discipline is de levensechtheid het grootst? De beeldhouwkunst? De schilderkunst? Of zoals hier, de fotografie? Zoals u wel weet wellicht, ben ik geen groot liefhebber van de fotografie. Toch niet als kunstvorm. Een foto van een beweging wekt de indruk dat je de realiteit stopt, bevriest op een moment. Ik vang niet maar één moment. Ik vat de beweging als geheel. Mijn sculpturen zijn verleden, heden en toekomst gebald in één sculptuur.'