in gesprek met overleden kunstenaars

Het Kröller-Müller museum zet dit voorjaar Bart van der Leck in de kijker in de tentoonstelling “De mecenas en de ‘verversbaas’’. Het ideale moment om de kunstenaar uit te nodigen voor een interview. De bedachtzame Van der Leck is niet zo’n prater. We hebben geluk dat hij voor dit interview toch de tijd nam om te vertellen over zijn mecenas Helene Kröller-Müller en de rol die zij speelde tijdens die doorslaggevende jaren uit zijn carrière.

Bart van der Leck met dochter - circa 1915

De tentoonstelling focust op uw relatie met de familie Kröller-Müller. Hoe kwam u in contact met Helene Kröller-Müller?
'Zoals veel vrouwen van goede komaf en met een belangstelling voor kunst en cultuur volgde Helene Kröller-Müller vanaf 1905 lessen kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing bij kunstpedagoog H.P. Bremmer. Eerst nog in groep, later kwam hij voor privéles bij haar thuis. Bremmer en ik kenden elkaar al langer en hij deed een goed woordje voor mij bij Mevrouw. Bremmer betaalde mij een jaarsalaris en in ruil kreeg hij elk werk dat ik dat jaar maakte. Via Bremmer ontmoette ik Helene Kröller-Müller voor het eerst op 22 februari 1914. Ze overtuigde haar man Anton om mij in dienst te nemen en zo kwam het dat Mevrouw mij, laten we zeggen “overnam” van Bremmer.'

 

Bart van der Leck, Brand, 1913
Bart van der Leck, De kat, 1914

U trad in dienst van het bedrijf en werkte op de Afdeling Gebouwen van de firma. Wat waren zoal uw taken?
'Ik ging in juni 1914 aan de slag op de afdeling in Den Haag en werkte er tot februari 1916. De architect H.P. Berlage was er ook aan het werk. De opdrachten die ik kreeg waren vooral kleurontwerpen en bijvoorbeeld reclameplaten voor het bedrijf.' (stilte)

Maar ook voor privéopdrachten werd u door Mevrouw Kröller-Müller ingeschakeld?
'Inderdaad. Ik gaf hen kleuradviezen voor hun woonhuizen en ik maakte tegeldecoraties en reclamemateriaal. In 1916 verhuisde de familie naar een villa in Wassenaar. Berlage deed de verbouwingen en Mevrouw vroeg mij voor de kleuradviezen van het interieur. Zo ontwierp ik voor hun kunstkamer witte wanden, een zwarte lambrisering en een fries met blauwe rand en rode vlakken. Maar Berlage was niet zo modern en Mevrouw was er ook niet zo voor te vinden, dus het ontwerp werd niet uitgevoerd…'

U werkte graag voor de familie. Het was voor u meer dan alleen een baan om brood op de plank te brengen?
'Ik vond het in het begin prachtig dat ik plots in opdracht mocht uitvoeren waar ik allang van droomde.'

Bart van der Leck, Takshond, 1915
Bart van der Leck, De storm, 1916

'Ik weet nog dat ik schreef aan een vriend: ‘Vind je het niet merkwaardig dat ik een affiche te maken heb voor de Batavierlijn? Werk waar ik zo vaak aan gedacht heb als begerenswaard? En nu in opdracht!’ Ja, op dat moment in mijn carrière had ik mij geen betere opdrachtgever kunnen wensen.'

H.P. Berlage was de huisarchitect van het bedrijf en de familie. Daardoor moesten jullie vaker samenwerken. Maar jullie zaten niet helemaal op dezelfde golflengte en hadden nogal wat meningsverschillen.
'Berlage was nog van een andere generatie. Ik wilde een moderne omgeving scheppen in de woningen. Harmonieus en in de primaire kleuren. Berlage was nog erg traditioneel, hield meer van donkere kleuren en zwaardere structuren. Ik had ook geen enkele inspraak in de architectuur. Terwijl het toch lastig is om de kleuradviezen daar los van te zien. Ik was niet meer dan een ‘verversbaas’ en in 1916 had ik daar genoeg van en heb ik die samenwerking stopgezet.'

“Een nog veelzijdiger, krachtiger kunstenaar dan Mondriaan” aldus Helene Kröller-Müller. Kunt u kort iets vertellen over uw contact met Mondriaan?
'Dat zijn haar woorden, niet die van mij… Ik ontmoette Mondriaan eigenlijk pas voor het eerst in 1916. Tijdens de oorlog was hij verzeild geraakt in Laren waar ik ook naartoe verhuisde. We hebben elkaar ontmoet op een belangrijk punt in onze carrières.'

Bart van der Leck, Compositie 1916 no. 4, 1916
Bart van der Leck, Compositie 1917 no. 3 (uitgaan van de fabriek), 1917

'Ik schilderde ondertussen al enkel in de primaire kleuren en Mondriaan nog niet. Het fascineerde hem en ook de egale vlakken waarmee ik werkte. Op mijn beurt was ik geïnspireerd door zijn onderzoek naar abstractie. Onder Mondriaans invloed begon ik ook meer te zoeken naar abstractie. Ik begon steeds meer weg te laten uit mijn composities, totdat er alleen nog maar lijnen overbleven. Maar zover als Mondriaan ben ik nooit gegaan. Het was dus veeleer een boeiende kruisbestuiving. In tegenstelling tot Mondriaan heb ik in mijn schilderkunst overigens de realiteit nooit geheel losgelaten. Ik vond dat de werkelijkheid nog aanwezig en zichtbaar moest blijven.'

Wat vond mevrouw Kröller-Müller van die nieuwe wending?
'Ze had het wel moeilijk met die ‘lijnenkunst’ zoals zij die noemde, maar Mevrouw bleef me desondanks toch steunen in die zoektocht. Dat zegt iets over haar. Ze stond open voor vernieuwingen en liet zich niet door anderen voorschrijven wat ze mooi moest vinden. Ik ben haar daar nog altijd dankbaar voor.'

Hélène Kröler-Müller, circa 1905-1910